Ook als je twijfelt, 24/7 gratis bereikbaar 0800 – 2000

Als we blijven zwijgen, dan kan deze vrouw door blijven gaan

Mensenhandel in beeld: het verhaal van Zaenal

 

Eigenlijk kan de 50-jarige Zaenal nog steeds niet geloven wat hem in Nederland is overkomen. De Indonesische man, die drie jaar geleden nog op de rijstvelden in Surabaya stond, is nog bitter en boos. Daarom wil hij zijn verhaal doen over zijn werk als ‘oppas voor opa.’

Zaenal is een man van weinig woorden. Of hij spijt heeft van zijn komst naar Nederland drie jaar geleden? Hij haalt zijn schouders op. De periode bij opa, de oude man die hij tot vorig jaar november verzorgde, heeft hem veranderd.  Hij vertrouwt mensen niet meer zo snel. Hij weet nog goed hoe aardig zijn bazin leek toen hij haar ontmoette. Een vriendelijke vrouw die hem vertelde dat haar vader na zijn beroerte hulp nodig had. Hij zou negenhonderd euro per maand verdienen. ‘Ik moest voor opa zorgen en kleine huishoudelijke klusjes doen. Voor acht uur per dag, dacht ik. Daar ging ik eigenlijk vanuit. Dat is mijn fout geweest.’

De realiteit bleek anders. Zaenal werkte al snel 12 uur per dag, vaak meer. De man van boven de tachtig had eigenlijk dag en nacht hulp nodig. Met zijn medicijnen, met de maaltijden. ‘Als we naar het huis van zijn dochter gingen, dan moest ik dat ook schoonmaken. Ik had geen moment rust.’ Soms als de thuiszorgmedewerker niet kwam, dan waste hij opa ook.

‘Ze houdt ervan om spelletjes te spelen met mensen’
De dochter die hem vertelde advocaat en lerares Engels te zijn, ontpopte zich als een wisselvallige en onredelijke bazin. ‘Ze houdt ervan om spelletjes te spelen met mensen. Ik dacht in het begin: als ik maar hard werk en laat zien hoe loyaal ik ben, dan komt het wel goed.’

Maar het kwam niet goed. Niet eerder werd hij zo behandeld. Vernederd. Hij herinnert zich die keer dat ze hem niet het volledige salaris wilde betalen omdat ze vond dat hij zijn werk niet goed deed. Ze verweet hem alle koffie te hebben opgedronken. ‘Ik drink niet eens koffie’, zegt Zaenal. Verdiende hij de eerste periode nog 900 euro, na drie maanden betaalde ze hem nog maar 800 euro. ‘Ze zocht altijd weer naar fouten.’

Schaduw
Zaenal werd opa’s schaduw. Overal waar opa was, was Zaenal. Ook opa had een wisselvallig karakter. Soms aardig, soms heel boos. ‘Dan gooide hij het brood op de grond. Hij vond het brood – dat ik van zijn dochter moest kopen – niet lekker.’  Regelmatig kwam Zaenal om vijf uur ’s nachts thuis. Bekaf.

Dit was niet het leven wat hij zich had voorgesteld. Een vriend in Indonesië had hem verteld dat Nederland zo’n mooi land was, een land met veel werk. Daarom was hij drie jaar geleden op een toeristenvisum naar de andere kant van de wereld gevlogen. In de hoop daar te werken aan een betere toekomst voor Furkan en Ozan, zijn twee jongens.

Toen hij in Nederland aankwam, bleek het werk niet voor het oprapen te liggen. Met moeite kon Zaenal een paar schoonmaakadresjes vinden, totdat hij op Facebook de oproep voor ‘oppas voor opa’ voorbij zag komen. Hij belde meteen.

Gehoorzaam
Later hoorde hij van FairWork dat hij niet de eerste Indonesische oppas van opa was. ‘Ze heeft ook andere mensen slecht behandeld. Een aantal heb ik later ontmoet. De dochter had tegen een van hen gezegd dat ze graag met Indonesiërs inhuurt ‘omdat ze hard werken en gehoorzaam zijn’.

Daarom wil Zaenal ook zijn verhaal doen. Om te voorkomen dat deze vrouw nog meer slachtoffers maakt. Via via kwam hij zelf vorig jaar in contact met Yasmine Fernandez van FairWork. Bij haar kan hij in zijn eigen taal z’n verhaal kwijt. Hij vertelt haar dat zijn bazin soms dreigt hem aan te geven bij de politie, omdat hij illegaal aan het werk is. ‘Ik zou meteen de gevangenis ingaan.’ Ondertussen ontdekt FairWork dat er over deze baas al meer klachten zijn binnengekomen. Maar liefst negen werknemers heeft ze op een vergelijkbare manier uitgebuit.

‘Als we blijven zwijgen, dan kan deze vrouw door blijven gaan’
Voor Zaenal was het eigenlijk al snel duidelijk. Hij kon hier niet blijven, maar zoals vaak in dit soort zaken, hij had nog een hoop geld tegoed. Achterstallig loon, waar hij zo hard voor gewerkt had. Dat, en de wetenschap dat zijn moeder, zijn vrouw en zijn zoontjes thuis in Surabaya afhankelijk zijn van zijn inkomen, maakte dat hij veel langer bleef.

‘Sommige vrienden vonden dat ik daarom moest blijven, maar één vriend adviseerde me weg te gaan. “Dit vergiftigt je van binnen”, en hij had gelijk. Ik herinner me dat gif, dat gevoel nog steeds. Daarom wil ik nu mijn verhaal doen. Wij Indonesiërs hebben geleerd om altijd ja te zeggen. Maar we moeten leren om op te komen voor onszelf. Anders blijven mensen zoals mijn baas ons gebruiken.’


Bovenstaand verhaal komt uit de podcastserie Uitgewrongen – Jaarlijks komen heel veel mensen uit Zuidoost-Azië naar Nederland om hier te werken. Ze maken huizen schoon, passen op onze kinderen en zorgen voor onze ouderen. Vaak zonder papieren en dat maakt ze kwetsbaar. In de driedelige podcast Uitgewrongen gaan journalisten Wiebe de Jong en Jessica Maas in gesprek met deze onzichtbare mensen en met experts over deze onzichtbare wereld. Deze podcast is gemaakt in opdracht van FairWork en met steun van GAATW, The Global Alliance Against Traffic in Women.


Meer weten over mensenhandel, kijk dan op onze pagina en lees meer over signalen, soorten mensenhandel en over wat jij kunt doen als je slachtoffer of omstander bent. Bel naar ons telefoonnummer 0800 – 2000 en stel je vragen of vraag ons om advies.

Ook als je twijfelt, 24/7 gratis bereikbaar 0800 – 2000

Als dat is wat helpt, dan doe je dat

Het leven van Elsa, de moeder van de 19-jarige Michel, stond door zijn gedrag helemaal op zijn kop. ‘Ik pak je! Ik maak je kapot!’ Via school en het wijkteam kwam het gezin bij Veilig Thuis Utrecht terecht.

Als dat is wat helpt, dan doe je dat

“De hele situatie is ons eigenlijk gewoon overkomen. Midden in de coronaperiode werd mijn man Rob opgeroepen om een celstraf van 1,5 jaar uit te gaan zitten. Michel, onze oudste, was toen bijna 17 jaar en zat met allerlei vragen. Rob was heel belangrijk voor Michel, die problemen had. Hij had het bijvoorbeeld niet naar zijn zin op school.”

Elsa, de moeder van de nu 19-jarige Michel vertelt over hoe het leven van haar en haar gezin ineens volledig op zijn kop stond. “Michel is een lieve, vrolijke zorgzame jongen die er van buiten heel gewoon uitziet. Hij heeft alleen wel een verstandelijke beperking en een forse vorm van autisme. Door de situatie met Rob belandde hij in een crisis. Een psychose, bleek achteraf. Het begon met agressief gedrag op school. Michel sloopte onder meer een wc-pot. En op weg van school naar huis stapte hij van zijn fiets en gooide takken naar voorbijgangers. Een week later ging het weer mis. Michel begon te duwen en te slaan in de klas. Thuis gooide hij woedend zijn fiets in de tuin en begon mij te achtervolgen. Hij schreeuwde: ‘Ik pak je! Ik maak je kapot!’ Via school en het wijkteam kwamen we terecht bij Veilig Thuis Utrecht.”

Het gevaar bleef

Door de coronapandemie kon Michel niet naar school. Hij was erg verdrietig en vond het moeilijk om daarover te praten. Ook was hij volgens Elsa regelmatig agressief. “Op een gegeven moment achtervolgde hij me door het huis en duwde hij me van de trap af. Het werd echt heel fysiek. Ik ging in standje overleven, vooral voor mijn andere drie kinderen.”

Elsa belandde in een lastige situatie. Er was eigenlijk geen plek waar ze Michel de juiste hulp konden bieden. Het gevaar bleef dus. Toen de situatie nog twee keer uit de hand liep, belde de politie met GGZ. Michel moest uit huis, deze situatie was echt onhoudbaar.

Crisisteam

“Ik had toen al een kort lijntje met Yves uit het crisisteam van Veilig Thuis Utrecht. Ik had hem aan de telefoon om te vertellen hoe het ging, toen Michel mij aanviel met een honkbalknuppel. Yves belde de politie terwijl hij mij aan de lijn hield tot de agenten er waren.”

In de dagen erna kwam de crisisdienst van de GGZ een paar keer bij Elsa thuis. “Maar ja, Michels woede was inmiddels gezakt. Er was volgens hen niets meer aan de hand. En dus gebeurde er ook niets. Ik zou dit alleen niet lang meer volhouden en mijn andere kinderen waren thuis niet veilig. Met Veilig Thuis- Utrecht maakte Elsa een plan om hen tijdens een woedeaanval van Michel ergens anders onder te brengen. Dat voelde dubbel, omdat zij het probleem niet waren. Dat probleem bleef thuis. Ook toen hielp Yves me. Hij bevestigde dat ik als moeder heel lastige keuzes moest maken, maar dat dat niet betekende dat ik een slechte moeder ben.”

Ik kon niet meer

“En daar zit je dan. Mijn man in de cel, waar hij lastig te bereiken was en niets kon doen. Dat was ook voor hem heel zwaar. Drie kinderen uit huis en ik alleen thuis met Michel, wiens stemming ieder moment kon omslaan. Ik sliep met mijn jas aan en had mijn tas met sleutels en telefoon bij de hand. Tot ik niet meer kon. Ik belde de huisartsenpost met een noodkreet. Niemand wist waar Michel geholpen kon worden. Nergens was een goede plek voor hem.“

Daarna werd Michel met spoed opgenomen in een kinderpsychiatrische kliniek.

Vechten voor de juiste hulp

Yves, de contactpersoon van Elsa bij Veilig Thuis Utrecht, herinnert het zich nog goed. “Michel moest hulp krijgen. Hij paste alleen niet in één hokje, waardoor hij nergens de goede hulp kreeg. Ik vond dat lastig. Je wilt iets betekenen voor Michel en voor het gezin. Dat lukte niet zoals ik hoopte. Het enige wat ik kon doen was doorzetten en proberen te zorgen voor verbetering.”

“Gelukkig zette Elsa zelf hele goede stappen. Daar moest ik haar zoveel mogelijk in ondersteunen. Haar vertellen dat ze goed bezig was en vooral tips en advies geven. Ik had daarvoor een heel team achter me staan. Want ik doe het niet alleen. Gedragswetenschappers, artsen, managers en juristen hielpen me daarbij. En dus stond Elsa er ook niet alleen voor.”

Toen de eerste crisis voorbij was, nam Anke, de collega van Yves, de zorg voor de situatie over. Zij zat in het monitorteam van Veilig Thuis Utrecht en werd de nieuwe contactpersoon voor Elsa. “In principe deed ik mijn werk op de achtergrond. Ik monitorde de situatie. Ik hield in de gaten of het liep zoals afgesproken was. Normaal heb ik na 3 en na 12 maanden contact met de ouders. Met Elsa had ik veel vaker contact.”

Van angst naar vertrouwen

Elsa was hier heel blij mee. “Eerst had ik angst voor Veilig Thuis Utrecht, maar Anke en Yves namen dat snel weg. Zij waren juist mijn veilige vangnet en mijn baken om door te gaan. Zij maakten het verschil door wie ze zijn. Zelfs al moesten ze dingen doen die helemaal hun taak niet waren. Mijn zoon was voor veel instanties ineens een complex en ingewikkeld kind. Ik heb lang gevochten om hem op een goede plek te krijgen. Anke heeft mij daarin enorm geholpen. Bij sommige hulpverleners deed ik die moeite al niet eens meer.”

“Ik zag het gevecht van Elsa”, legt Anke uit. “Als je iets kunt doen dat helpt, dan doe je dat gewoon. Als Veilig Thuis Utrecht krijgen we vaak sneller iets voor elkaar dan als ouders. Wat op zich natuurlijk jammer is. Alleen de stem van het gezin zou moeten tellen.”

Moeder in overlevingsstand

Elsa is blij dat ze nog regelmatig contact heeft met Anke. “Michel is nog steeds opgenomen. Het gaat slecht met hem. Mijn man en de andere drie kinderen zijn gelukkig wel weer thuis, waar de situatie weer veilig is. Het voelde eerst als falen, dat we Michel er niet bij konden houden, maar inmiddels zie ik dat dit voor nu de enige oplossing is.”

“Ik ben blij dat ik genoeg kracht in me had. Veel gezinnen vallen in zo’n situatie uit elkaar. Puur doordat ze niet weten waar ze hulp kunnen vinden. Er wordt vaak veel gepraat, maar er gebeurt niets. Dat ligt overigens niet aan Veilig Thuis Utrecht, maar aan andere organisaties. Inmiddels werk ik zelf in een instelling voor kinderen met een beperking en gedragsproblemen, omdat ik iets wil doen. Thuis zit ik nog steeds in de overlevingsstand. Ik moet nog steeds overal achteraan bellen en dingen regelen. Ik hoop een plek te vinden waar mijn zoon voor een langere periode kan wonen en zich kan ontwikkelen. De zorg loslaten en meer moeder zijn. Dat zou ik willen.”