Waar ben je naar op zoek?

Van mens tot mens met oprechte interesse in de ander

Yasaman Daliri werkt sinds 2019 bij De Rading*. Zij begeleidt pleegkinderen, pleegouders en ouders en doet een oproep om nog meer naar het kind te luisteren. Zodra je de ruimte voelt om iets extra’s te doen, doe het dan ook. Of je nu hulpverlener bent of niet. Sommige ouders voelen zich bedreigd als je een kritische vraag stelt en werken dan eerder tegen dan mee. Toch is het de moeite waard om net dat stapje extra te zetten.

“Zo had ik een pleegkind dat niet meer bij zijn pleegouders wilde wonen. Terwijl deze mensen heel lief en zorgzaam waren. Hij had aangegeven dat hij weg wilde, wat veel hulpverleners logisch vonden omdat hij hechtingsproblematiek had. Toch was ik nieuwsgierig wat hij erop te zeggen had. ‘Wat maakt dat je dit zegt?’, vroeg ik hem. Het bleek dat hij uit een gezin komt met meerdere kinderen en in het pleeggezin was hij enig kind. Juist omdat hij alle aandacht kreeg en lieve pleegouders had, voelde hij enorme druk om het goed te doen. Hij wilde liever wat minder aandacht om het in zijn tempo te doen. Door dit te horen begreep ik het beter en voelde hij zich gehoord.

Nu heb ik een pleegkind dat zegt haar vader nooit meer te willen zien. Terwijl haar vader aangeeft dat ze ‘2 handen op 1 buik zijn’. Het meisje wil er verder niets over vertellen. Ze blijft alleen herhalen dat ze haar vader niet meer wil zien. Uiteindelijk is haar oma voor haar opgestaan. Die zei tegen haar: ‘Als jij niet gaat praten, kan niemand jou helpen en blijft alles zoals het is’. Toen bleek dat het meisje toch mishandeld werd door haar vader, maar niets mocht zeggen van hem.

Soms lijken dingen op het eerste gezicht logisch. Terwijl er een hele andere wereld achter zit. Dat geldt ook voor volwassenen natuurlijk. Als biologische ouders geen contact opnemen met hun kind tijdens een pleegzorgplaatsing, dan lijkt dat logisch. Ze zijn bijvoorbeeld verslaafd en hebben geldproblemen waardoor ze onbetrouwbaar kunnen zijn en niet op belangrijke afspraken komen. Terwijl t belangrijk is, ook voor het kind, om de biologische ouders te blijven zien. Door te praten, verder te vragen en te luisteren zonder te oordelen en naast iemand te gaan staan, kan het zijn dat je een ontdekking doet. Ik heb wel eens een gesprek met een moeder gehad die uiteindelijk durfde toe te geven dat ze weer drugs had gebruikt en bang was voor de gevolgen als dit aan het licht zou komen. Daarom durfde ze geen contact op te nemen met haar kind. Door hier open over te praten, ontstond er begrip en respect. Dat maakte het voor mij als begeleider ook makkelijker om later in het contact aan te geven wanneer ze wel de grens over ging. Dat kon ze van mij hebben.

Ook al ben ik pleegzorgbegeleider en blijft het contact vanuit mij naar ouders wat meer op afstand, toch vind ik het belangrijk om hen mee te nemen in het proces. Ze zijn en blijven immers de ouders van het kind. Binnen de Rading hebben we een specifieke module  voor begeleiding van ouders na een opvoedbesluit. Binnen die module is er een extra beschikking die me de tijd geeft om inhoudelijk contact te hebben met ouders. Dat kan hen helpen in het verdragen van het feit dat zij zelf niet meer voor hun kind kunnen zorgen. We spreken dan bijvoorbeeld over rouw en de verliesladder.

Naar mijn mening is er binnen de basisbegeleiding  te weinig tijd voor de kinderen en de pleegouders. Laat staan voor de biologische ouders. We hebben een gemiddeld aantal uren dat we kunnen inzetten voor pleegouders, ouders en pleegkinderen.  Gemiddeld gezien zie ik de pleegkinderen 2 of 3 keer per jaar. Persoonlijk hecht ik er waarde aan om hen vaker te zien. Wanneer in het contact met een kind  of met ouders blijkt dat er meer nodig is, is er die extra beschikking nodig zodat we meer kunnen doen.  Die beschikking is niet altijd even gemakkelijk te krijgen van een verwijzer. Men heeft toch vaak het idee dat de pleegzorgbegeleider veel meer kan oppakken binnen de uren die er al zijn.  Dit is meestal niet het geval.  Pleegzorgproblematiek is complex.

Er valt nog veel te halen in de pleegzorg en in de hulpverlening in het algemeen. Omdat niet alles tegelijk kan, zou ik in ieder geval willen pleiten om echt te luisteren naar het kind en naar ouders. Dat kost in het begin misschien extra tijd, maar in the end bereik je daar vaak meer mee. Omdat je niet alleen praat vanuit je rol als hulpverlener, maar ook van mens tot mens, met oprechte interesse in de ander.”

*www.rading.nl/

Mirjam de Graaf

Team Communicatie

Sluit site