Waar ben je naar op zoek?

[Blog] Voor het eerst, sinds mijn 7e, niet meer in een zorginstelling

Na Talita verhuisde ik naar de woongroep Hollandspoor. Een plek waar ik het niet meer veel over heb. Hoezo niet? Ik denk omdat, als ik erop terug kijk, het niet de soort hulp is geweest die ik nodig had.

Om op de woongroep te mogen wonen, moest ik een hele intakeprocedure door. Weer moest ik mijn hele levensverhaal vertellen en daarbij ook waar ik toen nog tegen aan liep. Dat ik automutileerde en dat dat iets is waar veel mensen moeite mee hebben, werd weer pijnlijk duidelijk tijdens deze intakeprocedure.

Mezelf pijn doen
Ik moest die mensen, die ik 3 keer zou zien, beloven dat ik zou stoppen met mezelf pijn doen anders mocht ik daar niet wonen. Het argument? Er woonden ook kinderen op de woongroep en wat nou als ik een mes in de keuken in mijn hand had terwijl er een kind naast mij stond? Alsof iemand, die zichzelf op die manier pijn doet, dat midden in de keuken waar anderen bij zijn doet?! Alsof iemand gaan beloven dat je ermee stopt mij zou helpen?! Ik stopte er dan tijdelijk mee, maar de reden dat ik mezelf pijn deed, was er niet mee opgelost. Dus na een tijdje begon ik er weer mee, maar nog meer in het geheim dan ik al deed. Want anders moest ik weer verhuizen…

Men bekeek de situatie niet door mijn ogen
Toen ik naar de woongroep verhuisde liep ik 5 dagen in de week stage in Amsterdam, had ik 1 keer in de week therapie, 2 keer in de week ambulante begeleiding en had ik op zaterdag scouting. Daarnaast probeerde ik te sporten en mijn sociale contacten te onderhouden. Naast al deze verplichtingen, was een vereiste voor deze woongroep dat ik 2 keer in de week in de gezamenlijke woonkamer moest eten en eens in de zoveel weken moest koken én eens in de 2 weken op donderdagavond mee moest doen aan de groepsavond.
Dat koken voor de rest was nog de grootste uitdaging, aangezien ik vijf dagen in de week om 7.05 uur in de trein naar Amsterdam zat en pas rond 19.00 uur terug was  in Houten. Ook ambulante begeleiding plannen was lastig. Dat moest thuis, in mijn appartement, tijdens kantoortijden. Als ik aangaf dat het lastig was met stage, dan kreeg ik het antwoord dat ik maar minder stage moest gaan lopen, want ik hoefde maar 3 dagen in de week dagbesteding te hebben.

De hulp was niet op maat
De zorg, de hulp die ik kreeg, was niet op maat. Ik kon eindelijk mijn studie weer verder oppakken. Dat wilde ik niet nog een keer kwijtraken. De woongroep stond bij mij dus nooit op nummer 1, iets wat maakte dat ik nooit helemaal lekker in de groep lag. Daarnaast wist ik ook dat deze plek wéér tijdelijk was, voor maximaal 1,5 jaar. Dat de rest van mijn leven, dat niet tijdelijk was, hoger op mijn prioriteitenlijstje stond was lastig.

Ook de begeleidster die ik vanuit Timon kreeg, was iemand die nog niet lang afgestudeerd was. Zij vond het ook lastig om mij de juiste hulp te bieden. De meeste jongeren hadden begeleiding nodig met administratie op orde houden, huis netjes houden en dergelijke. Ik had meer mentale hulp nodig. Praten om mijn hoofd rustig te houden. Dat ik ook op die manier niet binnen het ‘zo gaat het normaliter’ plaatje viel, was lastig voor iedereen.

Regelmatig contact met mijn oude mentor
Was de woongroep alleen maar vervelend? Nee, ik heb ook veel leuke momenten gehad en veel gelachen. Ik paste mij zo aan dat ik aan iedereens eisen en voorwaarden kon voldoen. Maar werd ik er echt beter van? Nee, niet van de hulp die ik vanuit Timon toen kreeg. Wel van mijn therapie én van mijn oude mentor van Talita: Jubelle. Mijn vriendin Linda en ik hingen uren met elkaar aan de telefoon en als we het idee hadden dat het niet zo goed ging met de ander, dan belden we Jubelle voor hulp. Linda en ik hielden namelijk, ondanks dat we niet meer op Talita woonden, contact met Jubelle. Regelmatig gingen we daar nog langs en hadden we gesprekken met haar.

Op mezelf wonen
Na een jaar voelde ik, net zoals op alle andere plekken waar ik gewoond heb, de druk dat het verhuizen er weer aan zat te komen. Ik wilde heel graag een kamer of studio in Utrecht vinden. Dicht bij mij zussen in de buurt, niet te ver van mijn ouders* vandaan. Eerder dan dat mijn tijd erop zat op de woongroep vond ik een kamer in Utrecht. Op 5 minuten lopen van één van mijn zussen, op tien minuten fietsen van een andere zus én op ± 20 minuten fietsen van één van mijn broers. Na iets meer dan een jaar verhuisde ik naar Utrecht en woonde ik, voor het eerst sinds bij 7e, niet meer in een zorginstelling.

*Miriam en Frans van het gezinshuis waar ik heb gewoond, werden al snel door mij  ‘papa en mama’ genoemd


Delaine is lid van de cliëntenraad en blogt iedere 3 weken. Op haar 10e is zij uit huis geplaatst. Zij woonde in de crisisopvang, een leefgroep, gezinshuis, kamertrainingscentrum én in een woongroep. Inmiddels heeft zij haar studie afgerond en is zij begonnen met een 2e hbo studie. In hartje Utrecht heeft zij haar eigen studio, een groot sociaal netwerk en is ze druk bezig met het opbouwen van haar toekomst. Zij is een rolmodel voor jongeren die het op dit moment moeilijk hebben.

Sluit site