Waar ben je naar op zoek?

[Blog] Over pijn doen, brandjes in brievenbussen en hulp zoeken

Tijdens de ± 3 jaar dat ik in het gezinshuis in Houten woonde, was Hanneke er als ik (of mijn ouders*) haar nodig hadden altijd. Tussendoor was Hanneke er meer op de achtergrond, omdat ze door had dat het goed ging en ik op mijn plek zat. Toen ik naar het kamertrainingscentrum (KTC) verhuisde, bleef Hanneke weer bij mij. Ik was toen 17 jaar oud.

Verhuizen en oude patronen doorbreken
In februari verhuisde ik naar het KTC in dezelfde wijk als waar mijn ouders woonden. Het was 3 straten verder op. Maar vanaf het moment dat ik verhuisde, verbeterde de relatie gelijk. Ik was net gestart met mijn opleiding Junior Producer in Hilversum, waar ik 2 jaar hard voor gewerkt had om toegelaten te worden. Door dicht bij mijn ouders te blijven wonen was de verandering niet zo mega dat het mijn opleiding in de weg zou zitten. Ook zou het oude patroon veranderen van mensen die constant in en uit mijn leven bleven gaan, want ik kon altijd naar ze toe lopen als ik wilde.

Hulp vragen is moeilijk
Op Talita KTC ging alles in eerste instantie heel erg goed: mijn kamer netjes houden, naar school gaan, sociale contacten onderhouden etc. Maar met mijzelf ging het steeds een beetje minder. Ik begon heel erg tegen mezelf en tegen mijn verleden aan te lopen, wat resulteerde in slecht voor mezelf zorgen, zware gedachtes in mijn hoofd en automutilatie. Dat laatste is trouwens een mega taboe om over te praten, want je kan anderen ermee op een idee brengen. Maar daardoor is het ook heel lastig om er hulp voor te vinden. Wat bij mij begon met mezelf veel pijn doen als de chaos in mijn hoofd te groot werd of als ik de mentale pijn niet meer wilde, werd al snel een verslaving en het duurde dan ook niet lang voordat ik mezelf elke dag veel pijn deed. Ook de mate waarin ik mezelf pijn deed, werd steeds groter. Niemand zag het ooit, ik wist het goed te verbergen. Maar een lange tijd liep, zat, lag ik met veel pijn, omdat ik vond dat ik dát waard was en ik was ervan overtuigd dat dát een oplossing was. Als je dat allemaal bij elkaar op telt en het taboe om erover te praten, hoe kan je er dan ooit hulp voor vragen?

Ik zat in het 2e semester van het derde jaar van mijn studie toen ik stage moest gaan lopen, ‘in de grote boze mediawereld.’ Ik was nog nooit op school blijven zitten, ik had nog nooit een studiejaar niet afgemaakt, dus ik moest van mezelf. Maar waar de ene stem in mijn hoofd vond dat ik die stage moest gaan lopen, schreeuwde de rest van de stemmen in mijn hoofd dat ik er niet klaar voor was. Samen met mijn begeleider van Talita gingen we op school praten met mijn mentor. Stagelopen was voor mij geen goed plan, ik moest de juiste hulp krijgen. Maar helemaal stil gaan zitten, wilde ik absoluut niet. Dus werd er afgesproken dat ik 3 dagen in de week een alternatieve opdracht voor stage kreeg en 2 dagen in de week waren voor therapie gereserveerd.
Omdat ik mij zo erg schaamde voor het feit dat ik niet ging stagelopen, durfde ik het niet zelf tegen mijn ouders te vertellen, iets waar Jubelle mij bij hielp.

Hulp zoeken
Samen met Jubelle, mijn begeleider bij Talita, ging ik naar de huisarts om een doorverwijzing naar een therapeut te krijgen. Ik vond alles prima, als ik maar niet naar Altrecht hoefde. Zo kreeg ik een doorverwijzing naar iemand met een eigen praktijk. Als je een intake hebt, moet je in ± 45 minuten ‘je levensverhaal’ gaan vertellen. Op 17-jarige leeftijd, was mijn verhaal al erg lang en mijn problematiek en hulpvraag te groot voor de eerstelijnszorg en zo werd ik doorverwezen naar intensievere zorg. Ook hier ging Jubelle met mij mee. Niet alleen tijdens de 3 intakegesprekken, ook tijdens mijn gehele therapie traject dat ik op Talita had, ging Jubelle eens in de zoveel tijd mee. Hierdoor was de hulp die ik op Talita kreeg en de therapie op elkaar afgestemd.

Huisgenoten en heftige ruzies
Talita had een concept dat iets anders was dan de meeste KTC’s. Op de begane grond woonden ‘omwoners’ (gezinnen die als goede buur diende), op de 1e verdieping tienermoeders en op de 2e verdieping jongeren (alleen maar meiden) met een hulpvraag. Op Talita woonde je in een appartement met één huisgenoot.
Vlak voordat mijn gehele therapietraject startte, werd Linda mijn nieuwe huisgenoot. Linda en ik werden al snel hele goede vriendinnen maar er was ook iets dat heel erg lastig was. Veel van onze problematiek leek op elkaar en we versterkten elkaar daar op een negatieve manier in. Linda verhuisde naar een appartement naast mij en even hadden we helemaal geen contact meer.

Ik kreeg een nieuwe huisgenoot, een meisje waarvan de hulpvraag ook giga was en het botste behoorlijk tussen ons, vooral omdat ze vaak ongevraagd mijn spullen gebruikte.
Na een heel aantal wissels op Talita veranderde de sfeer heel erg. Zo erg dat er elke keer kleine brandjes in brievenbussen plaatsvonden waar meiden ruzies hadden met elkaar. Iets dat ik niet meekreeg omdat ik hier niets mee te maken had, totdat die ruzies zo erg uit de hand liepen dat de gangen van de begane grond in de fik stonden ’s nachts en iedereen het gebouw uit moest. Een nare gebeurtenis, maar het zorgde er wel voor dat de vriendschap tussen Linda en mij herstelde. Wat erg fijn was omdat mijn huisgenoot steeds raardere dingen ging doen en ik mij niet meer veilig voelde in mijn eigen appartement. Bij elkaar slapen mocht niet eigenlijk niet, dus bijna elke avond na 21.30 uur, als de begeleiding weg was, ging mijn voordeur open, liep ik met mijn deken en kussen naar de andere kant van de gang en sliep ik bij Linda. Sliep ik niet bij Linda, dan sliep ik bij mijn zus in Utrecht of Nieuwegein.

Weer een vervolgplek zoeken
De therapie die ik kreeg hielp, maar ik was nog niet klaar om helemaal op eigen benen te staan. Maar zoals op veel plekken in de (jeugd)zorg zat ook hier weer een limiet aan hoelang je er mocht blijven wonen. Samen met Jubelle en Hanneke werd er gekeken naar een vervolgplek. Dat werd een woongroep. Hiervoor was een hele aanmeld- en intakeprocedure die ook veel tijd in beslag nam. In de tussentijd werd de sfeer op Talita steeds grimmiger. Linda en ik waren vooral bezig met onze studies en zagen alles vanaf een afstand gebeuren. Tot een avond, 2 weken voordat ik zou gaan verhuizen naar de woongroep…

Linda en ik zaten op haar kamer aan school te werken tot we hoorden dat mijn huisgenoot ruzie had met haar vriend. Het klonk niet goed en wij waarschuwden de begeleiding dat het niet oké klonk. Veel kon de begeleiding niet doen. De hele avond bleef het doorgaan. Linda en ik keken toe vanaf het dakterras en via het raam aan de straatkant. Tot dat we alleen nog maar blauwe zwaailichten zagen, overal om het gebouw stond opeens politie. De vriend van mijn huisgenoot bleek een vuurwapen bij zich te hebben en had deze meerdere keren die avond gebruikt. Zo zaten we ’s nachts om 2 uur op het politiebureau te vertellen wat wij hadden gezien. Toen we terug op Talita kwamen kregen we toestemming dat ik bij Linda mocht blijven slapen.

Veel ben ik daarna niet meer op Talita geweest. Ik ging met één van mijn broers, zus en haar vriend een weekend naar de Ardennen. Die week daarna vierden we Kerst en diezelfde week daarna verhuisde ik naar de woongroep op Hollandspoor.

*alle kinderen in het gezinshuis in Houten woonden er al van kleins af aan en noemden Miriam en Frans ‘papa en mama’. Al snel noemde ik ze indirect ook zo en had ik het altijd over ‘mijn ouders’. Nadat het contact met mijn biologische vader ook verwaterde ben ik ze ook direct papa en mama gaan noemen.


Delaine is lid van de cliëntenraad en blogt iedere 3 weken. Op haar tiende is zij uit huis geplaatst. Zij woonde in de crisisopvang, een leefgroep, gezinshuis, kamertrainingscentrum én in een woongroep. Inmiddels heeft zij haar studie afgerond en is zij begonnen met een 2e hbo studie. In hartje Utrecht heeft zij haar eigen studio, een groot sociaal netwerk en is ze druk bezig met het opbouwen van haar toekomst. Zij is een rolmodel voor jongeren die het op dit moment moeilijk hebben.

Sluit site