Waar ben je naar op zoek?

Bestuursvoorzitter Krijnie Schotel: “We hebben een belangrijke taak te vervullen”

Krijnie Schotel is sinds half maart bestuursvoorzitter van Samen Veilig Midden-Nederland. Als bestuurder heeft ze onder andere Veilig Thuis in portefeuille. Haar hele carrière was ze werkzaam in de jeugdzorg en nu heeft ze bij Veilig Thuis de zorg van pakweg 0 tot 100-jarigen. Hoe ziet Krijnie haar rol als bestuurder van Veilig Thuis?

“Strikt genomen ben ik de leidinggevende van de managers. Maar er is meer te doen. Ik maak verbinding tussen de managers van Veilig Thuis en SAVE en de hoofden van het Servicecentrum zodat we als één organisatie zoeken naar afstemming en samenwerking. Waar kunnen we van elkaar leren en waarin onderscheiden we ons van elkaar? Wie is waar verantwoordelijk voor? Ik neem ook deel aan het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, waarin ook de 25 andere Veilig Thuis organisaties vertegenwoordigd zijn. Die soms bij een GGD zijn ondergebracht. Soms hebben ze ook een jeugdbeschermingstak en soms zijn ze een stand alone Veilig Thuis. Een divers netwerk met dezelfde uitdaging om rond kindermishandeling en huiselijk geweld het goede te doen. In overleg met elkaar hebben we de meldcode geïmplementeerd en bijvoorbeeld de chatfunctie geïnitieerd. Over en weer breng en haal ik informatie.”

De ontwikkeling in hoeveelheid meldingen en adviesaanvragen gaat snel. Wat valt je op?
“De verwijzingen komen niet altijd van een wijkteam. Ze komen vanuit de hele samenleving. Van de politie, het onderwijs en van de buren of de familie. Vervolgens is het aan ons om via afgesproken procedures te beoordelen wat er aan de hand is en in welke mate wij bij een melding iets moeten gaan doen. Ik realiseer me dat we een belangrijke taak te vervullen hebben als het gaat over het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling. In de afgelopen coronaperiode tot in het hier en nu, komen er veel adviesvragen op ons af. In het algemeen is het dit jaar structureel drukker. Dat vind ik wel heel boeiend, want blijkbaar weet men ons goed te vinden en is hier behoefte aan.”

Zie je daar een ontwikkeling in?
“Mensen zoeken naar antwoorden op vragen die ze zichzelf stellen. ‘Ik heb iets gehoord en maak me ongerust’ en ze vragen ons dan wat ze daarmee moeten. ‘Moet ik me er ongerust over maken?’ ‘Kan ik dat met school bespreken of gewoon rechtstreeks met de betrokkene?’ ‘Moet ik een andere weg bewandelen?’ Soms wordt het toch een melding bij Veilig Thuis Utrecht met naam en toenaam, zodat wij gaan bellen en contact opnemen met het betreffende gezin of persoon. Dat vind ik interessant. Het is onze belangrijke poortwachterfunctie om te selecteren. Om heel goed te kijken en luisteren. Om mensen te helpen en hen in eerste instantie in de eigen kracht te zetten. Ik zie iets, ik merk iets, wat kan ik doen? Die dienst lijkt heel erg in ontwikkeling.”

Wordt Veilig Thuis niet te vaak ingezet, luidt vaak de kritiek op die poortwachterfunctie?
“Ons werkt vraagt om een nauwgezette beoordeling en ik vind dat we dat heel zorgvuldig doen. Door goed uit te vragen. Daarna beoordelen we of het wel bij ons hoort. Op het moment dat het ‘ja’ is, gaan we daar ook weer zorgvuldig mee om. We proberen te voorkomen dat we ‘vals positieven’ krijgen, zoals ik het noem. Zulke meldingen zijn voor cliënten niet alleen vervelend en ingrijpend, maar worden ook als onrechtvaardig gezien. En toch… als we na wikken en wegen beslissen dat we het moeten uitzoeken of er een potentieel risicovolle situatie is rond een persoon, een kind, een oudere, dan stappen we erin. Met alle risico’s van dien. Ik vind het ook bij ons vak en onze verantwoordelijkheid horen dat we misschien ergens instappen, waarvan achteraf blijkt dat het overbodig was. Daar hoort ook bij dat we het dan moeten uitleggen, omdat het onze taak is om een ernstig signaal te onderzoeken ter voorkoming van erger. Dat kan niet altijd 100% dichtgetimmerd.”

Hoe kijk je naar de heftige emoties waarmee medewerkers van Veilig Thuis te maken krijgen?
“Ik heb al veel gehoord, waar ik erg van geschrokken ben. Ik denk dat we ons moeten blijven realiseren hoe zwaar het werk voor medewerkers is en ook welke enorme inbreuk wij plegen op de privacy van mensen als wij in actie komen. Door te bellen, door op de stoep te staan en door er opeens te zijn. Het is het heel heftig als je bij mensen, die je niet kent, op de bank zit, met een moeilijke boodschap. Dan stellen we hele indringende vragen over huiselijke situaties of de opvoedstijl. We moeten daar onze bejegening steeds op afstemmen. Tegelijkertijd hebben we ook die belangrijke rol en functie, om erger te voorkomen. Dus met respect toch die hele ingewikkelde, vaak heel ernstige problematiek signaleren en aankaarten. Waar we mee verder kunnen en moeten. Soms constateren we met elkaar dat het gelukkig meevalt. Dan trekken we ons ook weer terug. En dat leggen we dan steeds weer uit…”

Jacques Happe
Hoofd Communicatie

Sluit site