Waar ben je naar op zoek?

Het taboe op partnergeweld doorbreken

Ex-pleger, ex-slachtoffer en professional in gesprek over partnergeweld. Zij was slachtoffer van partnergeweld, hij was pleger. Voor beiden is het glashelder: de coronacrisis vormt een extra risico op partnergeweld. Als ervaringsdeskundigen fungeren Susanne Slikkerveer en René Haring als boegbeeld. Duska Sabljic werkt bij Veilig Thuis Utrecht en ziet dat de aangevraagde adviesgesprekken sinds corona zijn gestegen. Samen strijden ze dezelfde strijd: ‘Wij gaan partnergeweld niet oplossen, dat moeten mensen zelf doen. Maar door hen bij te staan en van elkaar te leren, kunnen we samen werken aan een oplossing.’

Voor veel gezinnen betekent de coronacrisis een escalatie van spanningen achter de voordeur. Doordat men thuis moeilijker weg kan en de kinderen vaker thuis zijn, maar ook door groeiende financiële onzekerheid. Zo vormt de coronacrisis een extra risico voor partnergeweld. Duska: ‘Het aantal aangevraagde adviesgesprekken bij Veilig Thuis Utrecht is sinds de coronacrisis gestegen met 7,5 procent, plus drie procent meer meldingen dan vorig jaar.’

Susanne Slikkerveer had in het verleden te maken met een gewelddadige ex-partner. Nu helpt ze vanuit haar eigen bedrijf 4 Happinezz slachtoffers en plegers van geweld achter de voordeur. Susanne: ‘Als ik nog samen was met mijn ex, zou deze situatie zeker tot problemen hebben geleid.’ René Haring kent de andere kant. Hij was jarenlang pleger van partnergeweld. Nadat hij berecht, veroordeeld en behandeld is, richtte hij in 2016 de organisatie Agressie, en daarna? op. Hij geeft aan dat de coronacrisis niet bevorderlijk is voor de sfeer thuis. ‘Ik ben iemand die er slecht tegen kan als iets wordt opgelegd. Vanwege corona móet ik thuisblijven, thuiswerken, mijn puberzoon lesgeven. Ook vallen opdrachten weg wat financiële gevolgen heeft. Dan moet ik tools inzetten om rustig te blijven.’

Hulp

Er is steeds meer aandacht voor geweldsituaties in de huiselijke sfeer tijdens de coronacrisis. Nu de anderhalvemetersamenleving steeds meer een feit wordt, blijft de aandacht voor partnergeweld relevant. Aan omstanders, zoals buren, de taak om extra alert te zijn op signalen van huiselijk geweld en in actie te komen. Maar ze moeten dit wel willen, en kunnen. Susanne: ‘Ik heb buren achteraf om bevestiging van het geweld gevraagd, maar dat durfden ze niet. “Straks staat ‘ie bij mij aan de deur”, zeiden ze.’ René: ‘Dat begrijp ik. Het zou bij mij averechts gewerkt hebben als mijn buren aan de deur zouden staan. Ik maakte ruzie met iedereen die zich met mij bemoeide. Wat wel helpt is als buren die al goed contact hebben het geweld durven te bespreken. Even aanbellen, vragen wat er aan de hand is en of je iets kunt doen kan veel helpen. Maar helaas leven mensen bij wie huiselijk geweld speelt, vaak geïsoleerd.’

Het zou helpen als we gaan beseffen:
het kan ook mij overkomen

Masker 19

De hulp van professionals bij partnergeweld is zowel onmisbaar als complex. Professionals zijn vanwege de maatregelen beperkter in hun mogelijkheden om contact te leggen met mensen. René: ‘Als professionals al de juiste beschermingsmaatregelen kunnen nemen om bij iemand binnen te mogen komen, moeten ze ook nog maar worden toegelaten.’
Dat het belangrijk is dat de hulpverlening adequaat opgestart wordt, lijkt een open deur. Maar werkt de aangereikte hulp ook? Susanne: ‘Zo’n codewoord als ‘Masker 19’ vind ik super, maar hoe wordt dat uitgewerkt? Wat als iemand niet kan vluchten? Als ik naar de apotheek kan lopen, kan ik toch ook Veilig Thuis bellen? Daarbij: de wachtlijsten zijn al eindeloos en worden hierdoor alleen maar langer. Zelf had ik destijds vooral behoefte aan duidelijkheid: ‘Er wordt gezegd ‘dan krijg je hulp’, maar wat houdt die hulp in? Die duidelijkheid is nodig en is behoefte aan.’

René heeft bedenkingen bij het codewoord: ‘Als slachtoffer van partnergeweld moet je een goede smoes hebben om naar die apotheek te kunnen. Vervolgens sta je buiten in de rij te wachten, dus als ik je volg ga ik zeker vragen wat je van plan bent. Wat beter zou werken, is dat je óveral ‘Masker 19’ kunt zeggen. Dat je op een parkeerplaats het codewoord zegt, waarop iemand zich omdraait en zegt: “Wat kan ik betekenen?”’

Susanne: ‘Het taboe moet inderdaad doorbroken worden; partnergeweld moet een gespreksonderwerp mogen zijn. Nu zijn de geijkte reacties: “Je laat je toch niet slaan?!”, of: “Dan ga je toch weg?”’ Duska: ‘Het zou inderdaad helpen als we gaan beseffen: het kan ook mij overkomen. Dan doorbreek je het taboe. Normaliseren is nodig.’

Susanne: ‘Zowel slachtoffers als plegers moeten het probleem herkennen en erkennen. Dat blijft lastig. Wat mij uiteindelijk hielp, is dat ik mijn zus in vertrouwen nam. Zij sprak op rustige momenten mijn ex aan, maar durfde de politie niet te bellen, uit angst dat mijn kinderen weggehaald zouden worden. In die zin heeft Veilig Thuis binnen het circuit helaas nog steeds een negatief imago. Zo lang dit zo is, blijft er veel onder de radar.’

Ervaringsdeskundigen als boegbeeld

René: ‘In het project De Cirkel is Rond (zie kader) laten we een telefoonnummer circuleren zodat mensen die met geweld te maken hebben naar dat nummer kunnen whatsappen – geruisloze communicatie dus. Vervolgens worden ze aan een ervaringsdeskundige gekoppeld. Er zijn speciale visitekaartjes van ex-plegers die men mag bellen. Slachtoffers benader je op deze manier relatief gemakkelijk, plegers benaderen blijft een stuk lastiger.’

Susanne: ‘Ik kan me voorstellen dat de drempel lager is om met een ervaringsdeskundige contact op te nemen dan met een instantie.’ Duska: ‘Daar stuurt Veilig Thuis ook op aan. We zijn al jaren bezig met ervaringsdeskundigheid in beeld te brengen. Als je vanwege partnergeweld een spreekuur bezoekt, kom je in bepaalde regio’s tegenover een ervaringsdeskundige te zitten.’

Het gesprek aangaan met plegers vraagt fijngevoeligheid. René: ‘Ik vraag: wat heb je van mij nodig, waar wil je naartoe? Als iemand zegt: “Ik wil mijn vrouw terug”, zeg ik: dat moet je zelf regelen. Wil je aan jezelf werken, je problemen oplossen, dán denk ik met je mee. Ik heb namelijk hetzelfde proces doorlopen. De kunst is om vertrouwen te wekken, want vaak hebben plegers negatieve ervaringen met professionals.’

Susanne: ‘Dat herken ik. Over hulpverleners denken zowel plegers als slachtoffers al gauw: alles wat ik zeg, kan consequenties hebben. Bij ervaringsdeskundigen leeft dat beeld minder. Wij functioneren als boegbeeld. Als een veelpleger denkt: hier kom ik nooit uit, dan helpt het hem of haar enorm als hij vervolgens iemand als René spreekt die hem vertelt: zo heb ik het gedaan, het gaat jou ook lukken. Net zo goed kan ik als slachtoffer van partnergeweld als boegbeeld dienen en laten zien: er schijnt inderdaad licht aan het eind van de tunnel. Die rol geeft me enorm veel voldoening.’ René: ‘Wij gaan partnergeweld niet oplossen, dat moeten mensen zelf doen. Wat we samen wel kunnen, is mensen begeleiden en ondersteunen naar een oplossing.’ Duska: ‘Wij professionals kunnen leren van de manier waarop René communiceert. Hij is open en neemt verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. Ik heb jou, Susanne, nooit eerder ontmoet, maar als ik je zo hoor, denk ik: wow, wat een powervrouw.’


Bovenstaand artikel is afkomstig van Movisie en met toestemming gepubliceerd op deze site. Duska Sabljic is preventiemedewerker bij Veilig Thuis Utrecht.
https://www.movisie.nl/artikel/taboe-partnergeweld-coronacrisis-doorbreken

Sluit site