Waar ben je naar op zoek?

Bericht vanuit de Veilig Thuis Crisisdienst

Het is de nacht van donderdag 9 op vrijdag 10 april 2020, Witte Donderdag wordt Goede Vrijdag. Het begint drukker te worden in mijn crisisdienst. Je kunt merken dat het ‘op elkaars lip zitten’ in deze tijden steeds meer van mensen vraagt.

Achter elkaar komen zeer zorgelijke en verdrietige meldingen binnen. Een losse greep: een zwangere moeder van vijf kinderen springt na een ruzie met haar man uit het raam, een vluchtelingengezin met vier kinderen ervaart opnieuw fors huiselijk geweld, een psychotische jongen is na dreiging met een mes weggelopen van huis en, zo schat de GGZ in, is gevaarlijk voor zichzelf en voor anderen, er is een jongen op inbrekerspad, een moeder is in angstige paniek en schreeuwt in het bijzijn van haar kinderen dat ze dood wil.

Vanaf 17.00 uur tot 02.30 uur is het enorm druk en toch hoeven wij er niet op uit, waar we dat normaal gesproken iedere avond of nacht wel moeten. Vannacht, bijzonder genoeg, niet. We maken inschattingen op afstand, overleggen, speurneuzen naar ondersteunend netwerk en worden geholpen door gedreven mensen op straat die op zoek gaan op plekken, waarvan wij vermoeden dat er cliënten of hulpgevend netwerk zal zijn.

Waar heb ik het aan te danken dat ik alles vanaf mijn luxe thuiswerkplek kan en mag regelen? Het antwoord is: de politie. Als medewerker van de crisisdienst van Veilig Thuis Utrecht krijg je vaak contra-indicaties te horen als je om een ‘leefgroep’ of ‘opvanggroep’ verzoekt. Je krijgt minstens de waarschuwing mee ‘morgen om 9 uur moet hij/zij weer worden opgehaald!’ Maar vannacht is iedere politiefunctionaris die ik spreek – en dat zijn er negen – beleefd, betrokken, behulpzaam, initiatiefrijk, gevoelig en meedenkend. Deze mensen, die ook in tijden van de coronacrisis, dag en nacht waken over onze veiligheid, maken op mij de indruk van uiterst vitale en opgewekte collega’s.

De politie krijgt altijd álle ellende als eerste. Ze mogen woningen binnengaan vol lepels, naalden, geweld, drank, vernietiging en mishandeling. En vannacht zoeken ze, met succes, naar onze jongeren. Ze maken actieve veiligheidsinschattingen met ons, rijden een moeder en familie van en naar het ziekenhuis, bellen na hoe het ter plekke is afgelopen en sturen een dag later in een mailtje de vraag hoe het met mij gaat? Wonderlijk! Maar vooral: veilig, hartverwarmend en oprecht betrokken in een taal die niet uit een boekje of van een stencil komt, maar recht uit het hart.

Als ik deze nacht een laatste kop koffie drink, geniet ik even van de volle maan en het hoge uitzicht vanuit mijn appartement. Zoals zo vaak, zie ik ook deze nacht een politiewagen stil het park voorbij en over de busbaan gaan. Alleen het blauw is aan, de sirene is uit. Wij worden niet voor niets wakker gemaakt. Zij zijn er altijd.

Ze waren er ook toen mijn zoon ruim een jaar geleden in een beschonken toestand over de snelweg naar Amsterdam liep, in zijn eentje. Vraag me niet waarom. Ze hebben hem perfect behandeld. Ze zijn lief geweest voor zijn moeder, hebben hem onder een deken ingestopt en thuisgebracht.

Als we straks, als dit virus is afgedreven, weer buiten mogen spelen, ga ik voor ieder politiebureau in onze regio een taart bakken. Want ik ben ze dankbaar. En behalve dat, werk ik altijd enorm fijn met ze samen en hebben de meeste een enorme dosis humor. Als medewerker SAVE, die voor Veilig Thuis Utrecht deze crisisdienst doet, hebben wij iets met hen overeen: ze worden zelden gezien als de mensen die een ongeluk voorkwamen. Vrouwen en mannen in het blauw, namens mij: merci!


Ester Naomi Perquin schreef in 2018 een prachtige poëziebundel voor en over de politie; ‘Lange Armen’. Uit die bundel kies ik vannacht, voor het slapengaan, dit gedicht:

Hoe meet je de zwaarte van een klap die nooit kwam,
zoek je de fiets waar niets mee is, die er nog staat?
De brand in een leegstaand schoolgebouw,
nooit uitgebroken, laat geen sporen na.

Hier is de eindeloze lijst van dingen die niet zijn gebeurd,
hier is de nooit betaalde prijs voor toeval, dronkenschap,
loslippigheid. Hier is het dodelijk ongeluk, de schade
die je nooit veroorzaakt hebt.

Hier klinkt de niet geslaakte kreet van twee
uit bed gebelde ouders. De stad zwermt
van ongehoord geluid. Je luistert ’s nachts
naar de zachte voetstap van de dochter die
onaangetast de trap op sluipt.

Rik van Schaik
medewerker SAVE

Sluit site